Volg ons op Facebook Twitter Google+ Strava

La Marmotte 2010, 176.0 kilometer, 9 uur 15 minuten

Door Johan Veninga, 10 jaar geleden

30 minuten slaap, wie doet dat nou? Ik dus. Het kan erbij worden geplust, op het lijstje 'wat-allemaal-tegenzat' in voorbereiding op deze Marmotte 2010. Afzien in de ijskou, door de hozende regen in Winterberg, een verregende Fietschallenge, belangrijke trainingen missen door rugpijn, in de kokende hitte op de Ventoux, nóg harder door mijn rug. En dan nauwelijks hersteld van de rugpijn met 30 minuten slaap de Marmotte gaan fietsen. Kan het nog slechter worden? Ja, hoor: de Dauphiné spreekt van een 'grosse chaleur', oftewel een extreme hitte. In gedachten hoofdschuddend eet ik mijn ontbijt en samen met Marieke vertrek ik in de meest zomerse outfit ooit om half zeven richting startvak. Vandaag is overleven het devies.

Om mijn rug te ontlasten nam ik gisteren nog wat maatregelen. Het (nieuwe) zadel ging naar voren, het stuur omhoog en de achterband op 7 bar. Het voelt raar, maar wel goed in mijn rug. En als het startschot is gevallen, kan ik als vanouds spurten. Ik trap in volle vaart om wat toeristen heen en nestel mij achter een brede rug. In hoog tempo gaat het richting Allemont. Heerlijk, ik ben alle ellende eventjes vergeten. Dit gaat wel wat worden vandaag.

In Allemont kijk ik eens om. Marieke zit in mijn wiel. Die heeft mijn versnelling overleefd. Het stuwmeer omhoog en het gaat best hard. Amstel Gold Race all-over-again, want ook nu lijkt Marieke met een touwtje aan mijn fiets gebonden.  Ik trap niet extreem hard, maar wel door. Het vlakke stuk op de aanloop naar de col met het listige klimmetje. Een paar weken terug kwam ik hier nauwelijks omhoog. Nu is het een slecht gelegde drempel. Een korte afdaling en dan klok ik af op de brug met 25 minuten. Ik schakel terug naar het allerkleinste verzet en begin aan de eerste echte klim van vandaag.

Marieke lijkt haar woord van gisteren te houden: 'ik blijf gewoon in jouw wiel'. Ok, ik heb weleens harder gereden, maar het gaat stiekem weg gewoon allemaal net wat harder dan de rest en Marieke wijkt geen 3 centimeter. Pas na Le Rivier, als ik pols hoe het gaat, zegt ze zometeen haar eigen tempo te gaan rijden. Pfoeh, ik was al bang voor een afslachting vandaag. Na de korte en hele steile afdaling gaat het aan de andere kant van de rivier verder. Als ik even later boven ben en omkijk, zie ik Marieke nergens meer. Ik hoop maar dat ze haar vlotte start niet hoeft te bekopen. Ik verzet mijn gedachten weer naar de klim, want die komt er snel aan.

We

De laatste kilometers naar de col du Glandon
klimmen nu richting het stuwmeer, dat in de verte opdoemt. Het zweet staat in een dikke laag op mijn armen en met enige regelmaat petst een druppel vanaf mijn neus op de liggende buis van mijn fiets. Het is nu al warm en het is net 8 uur geweest. Wel lijk ik er uitzonderlijk veel last van te hebben. Een man die naast me fietst, Red Bull en zwaar getatoeëerde armen, kijkt me kort aan. Weinig zweet, valt me op, terwijl die donkere tattoo's warm móeten zijn. In de bocht spreekt hij mij aan: "jij bent toch diegene van Zitvlees?" Precies die woorden die ik nodig had. Hij vraagt belangstellend hoe het met me is en hoe het gaat. We wisselen kort wat woorden en gaan dan weer in eigen tempo verder. Ik versnel als de weg vlak wordt en ga dan de afdaling in. Voor me zie ik de col. Ik voel me prima als ik de fotograaf passeer. Ik heb geen last van mijn rug. Het voelt wat stijfjes, maar ook niet meer dan dat. In 1 uur en 55 minuten klok ik af op de col. Het gaat echt goed.

De afdaling is, zoals de organisatie dat noemt, 'geneutraliseerd'. Dat wil zeggen: de tijd die je nodig hebt om beneden te komen, telt niet meer voor je netto-tijd. Dat is maar goed ook, want de auto van het rode kruis die voor me rijdt, gaat niet heel hard, maar wel nét te hard om er voorbij te kunnen. Ik schik in mijn lot en pas als ik echt veilig kan inhalen, ga ik er omheen. 30 minuten later ben ik beneden in Saint-Etienne-de-Cuines, waar de volgende mat ligt. Ik vesnel, nu is het tijd om een geschikte groep te vinden om me naar St. Michel-de-Maurienne te brengen. 

'Jij bent de man van Marieke?', word ik aangesproken. 'Ik ben een ploeggenoot van haar' (dus ook van mij, maar dat weet hij niet). Hij rijdt incognito. En hij rijdt te snel voor mij. Ik beland in een groepje achter hem. Toch gaat het nog steeds supervlot. Van mij mocht het wel wat langzamer. Op een lang lint gaat het richting St. Jean-de-Maurienne. Daar sluiten we weer aan bij mijn ploeggenoot. Het groepje wordt hoe langer hoe groter en breder. In een echt peloton gaat het omhoog. De hitte begint nu echt voelbaar te worden. Ik ben bijna aan het einde van bidon 3 als we St. Michel-de-Maurienne binnen rijden en rechtsaf worden gestuurd. Ravitaillering, een ingelaste. Ik vul mijn bidon bij en moet ineens enorm plassen. Maar voor de hokjes staat het 3 man dik. Ik duik snel achter een struik, op de voet gevolgd door een gendarme die mijn nummer noteert. 'Procedure, monsieur, un PV!' Zucht, kan er ook nog wel bij. Ik vond het andere aanspraak beter. Hij wijst me op de plaskruisen naast de hokjes. Die had ik niet gezien. Najah, ik mag verder en als er een boete komt, dat zie ik dan wel. Ik moet er zelfs om grijnzen. Ik fiets al 11 jaar en nu overkomt me een boete voor wildplassen in Frankrijk. Ik heb heb straks weer een verhaal, hoor. De weg gaat rechtsaf en op het tweede bruggetje klok ik af. 45 minuten. Dat is een vol kwartier sneller dan verwacht. Op naar berg 2 en 3.

Voor de Télégraphe was ik bang. Niet vanwege de steilte of de lengte, maar vanwege de hitte. En die blijkt best mee te vallen. Met enige regelmaat kan ik in de kanten schaduw opzoeken, zo vroeg op de dag, en daar is het prima uit te houden. 2 volle bidons, uiteraard. De waterbidon gaat leeg voor ik het eerstvolgende dorpje heb bereikt en de bidon met dat rode spul van de Glandon, gaat gefaseerd naar binnen terwijl ik de kilometers langzaam aftel. Met mijn hartslag steeds net onder de 170 weet ik de klim prima te verteren. Zelfs het stupide stoplicht 500 meter voor de col, verandert niets aan mijn gevoel. 59 minuten na het bruggetje klok ik af op de col. Ik doe de laatste slok rood naar binnen en ga met een verse bidon de afdaling in, op naar Valloire.

In de afdaling trap ik de pijnlijke benen los. Ik twijfel wat het is. Opkomende kramp, of gewoon spierpijn door de nieuwe afstelling. Ik gok op het laatste, want ik heb nog redelijk wat gedronken. Meer dan dit verteert mijn maag niet. In het korte en steile stukje naar Le Verneys doe ik het even rustig aan. Daar is de ravitaillering en eet ik een banaan. Met 2 volle bidons vertrek ik weer. Nog een kilometer of 14. 

Ik sla eens aan het rekenen met nog 12 kilometer te gaan. Stel nu dat ik ik 12 gemiddeld haal, dan doe ik er nog een uur over. Hm, dan lig ik nu 12 minuten achter op mijn schema voor 2005. En dat is echt supersnel. Een kort momentje van bezinning. 5 dagen geleden liep ik nog te strompelen en nu fiets ik de Galibier op. Een snelle tijd is niet mijn doel vandaag, heelhuids die finish over, dat is de prestatie. 

De laatste kilometers op de Galibier
Tot aan Plan Lachat gaat het heel aardig. Ik hoef niet af te stappen, ik heb geen hongerklop zoals de laatste keer. De waterpost laat ik liggen. Ik heb één bidon leeg en eentje is nog vol, daarmee moet ik het wel redden tot aan boven toe. De haarspelden zijn als vanouds steil. En die pijn in mijn benen die ik er net heb uitgefietst, is ook weer terug. Sterker nog: als ik even ga staan, voel ik overduidelijk kramp. Even stoppen. Nog 6 kilometer. Ik neem een klein tandje terug en fiets dan weer verder. Toch haal ik Les Granges niet, want na anderhalve kilometer is daar weer de kramp. Ik stop bij een put. Het deksel ligt mooi horizontaal en ik vind het een prima plaats voor een dutje. Even wat slaap inhalen. Het lukt niet. Niet alleen moet ik mijn steen al snel delen met een medekramper, maar ook begint het ineens te regenen. Het is niet eerlijk. 5 uur afzien in de hitte en bij de eerste de beste serieuze stop regent het. Ik negeer de kou en begin met het masseren van mijn benen. Als de pijn weg is, ga ik weer op pad. In een keuteltempo, rond de 150 hartslagen. Maar ik fiets weer en die laatste 4 kilometer gaat ook wel lukken. De regen is weer weg en de zon brandt weer onverbiddelijk. Tot aan de top hoef ik niet meer te stoppen. Er kan zelfs een lachje af bij de fotograaf. 128 minuten na de col du Télégraphe ben ik boven.

 
Door metershoge sneeuw

Ik neem 2 cola, wat plakjes worst, een banaan en wat zoetigheid. Met 2 volle bidons duik ik de afdaling in. Oei, daar is 'ie: mijn rug. Ik heb er nog geen last van gehad, maar diep onderin de beugels zitten, word niet gewaardeerd. Dan maar op de remgrepen en wat langzamer. Dan kan ik ook fatsoenlijk de kramp uit mijn benen trappen. Bij het stuwmeer zitten 2 korte klimmetjes en doet er zich een nieuw probleem voor: mijn rechterknie. Alsof de kramp mijn knieschijf van het gewricht af trekt. Na een paar keer trappen zakt de pijn weg. Na Le Freney-d'Oisans neem ik een besluit: als ik dit klimmetje fatsoenlijk boven kom, dan begin ik aan de Alpe d'Huez en zo niet, dan vind ik het wel best. Het klimmetje gaat prima. Ik voel het me ook bijna verplicht aan de volledige medische stand die me weer op de been heeft geholpen om het in ieder geval te proberen. Zelfs de sauna die de vallei voor me in petto heeft, doet mijn gedachten niet veranderen. Die Alpe ga ik op!

Oh, wat is het heet, zeg. De eerste meters gingen nog, maar dan weet mijn lijf niet meer hoe het moet. Bocht 21 lijkt veel verder dan ooit tevoren. In La Garde is water. Ik voel me slaperig, heel slaperig. Nog een uurtje ofzo, dan mag ik gaan slapen terwijl ik op Marieke wacht. Het lijkt me heerlijk. Ik kruip naar bocht 20. Ik kan harder dan 160 hartslagen, zelfs zonder kramp. Ik doe het niet. De warmte is te erg en bovendien lijkt het me wel prettig nog wat op reserve te hebben voor de rest van de Alpe. Bocht 19, bocht 18. Nog een klein stukje. Bocht 17 en dan is daar La Garde. Een supporter biedt mij de schaduw aan bij een dranghek. 1 bidon water gaat in mijn lijf, eentje eroverheen en een derde verplaatst zich naar de houder in mijn frame. Ik kijk op mijn telefoon. Nog geen bericht. Waar zou Marieke zijn? Al op de Galibier? Ik vervolg mijn lijdensweg omhoog.

Ik had de hoop dat als het wat vlakker zou worden, ik ook eindelijk wat sneller zou kunnen. Helaas. Versnelling 2 blijkt eigenlijk nergens haalbaar. Warmte en vermoeidheid. Voor me zie ik het panorama. En de bochten waar ik allemaal nog doorheen moet. Renners lopen. Ik neem me voor om de bochten 13, 11 en 9 te gebruiken om steeds 1/3e uit mijn bidon te drinken. Na de heerlijk verkoelende douche van bocht 10 breek ik. In de schaduw plof ik op een muurtje neer. Als ik op adem ben gekomen, loop ik over de weg naar een stroompje en hou mijn hoofd een halve minuut onder het koude water. Heerlijk. Eindelijk kan ik mijn eigen gedachten weer snappen. Ik kijk nog eens op mijn telefoon. 'Alp is een hel, nu la garde', lees ik. 15u28. Het is nu 15u38. Oei, Marieke zit er hooguit 10 minuten achter! Ik heb helemaal geen tijd om hier een beetje staan uit te rusten, ik moet door! Ik bind mijn helm op het stuur en trap door. 

Bij het Panorama herhaal ik mijn exercitie van La Garde, met die wijziging dat ik ditmaal mijn hoofd koel onder de kraan. En dan moet ik weer op pad. De pijn in mijn knie is inmiddels hels te noemen. En het verdwijnt nu niet na een paar keer trappen. Ik verbijt de pijn en na 10 minuten is het weg. Mits ik niet de benen stil houd, want dan komt de pijn ook terug. Huez, op naar bocht 4. Nog 3 en dan ben ik boven. Ik hou mijn lage tempo aan. In bocht 3 kijk ik naar beneden. Is dat Marieke? Zwarte kleding en grijze helm? Eigenlijk had ik allang verwacht dat ze weer in mijn wiel zou zitten. Het is haar niet. Door bocht 2 en op naar bocht 1. Nog eventjes en dan ben ik op het vlakke. Ik kijk eens om. Geen Marieke, ik ga eerder boven zijn. Als ik bijtrap, weer die scherpe pijn. Druk op mijn benen houden dus. Nog 26 meter klimmen. Ik word nog voorbij gestoken, het zal me worst zijn. Over de rotonde en dan kan ik met een enorme brok in mijn keel afklokken: 9 uur en 15 minuten. Wat een verschrikking, maar ik ben boven. Ik heb het gehaald!

Die brok gaat niet weg. Zelfs niet met 2 bekers sportdrank. Ik posteer bij de finish. In de verte speelt de band. Net als in 2008. Een traan loopt over mijn wang. Ik kijk op mijn telefoon. Helemaal niets. Waar is ze? Fokke Gorter meldt zich. Het duurt 10 seconden voor ik kan antwoorden. Hij is tevreden, het wachten is op Evert. Hij gaat douchen. Minuten strijken voorbij. Ik kan niet meer staan. En zitten gaan lukt ook niet. Mijn voeten doen pijn, ik wil mijn schoenen uit, maar ik kan er niet bij. Ik loop wat heen-en-weer. Ik heb het koud en dan weer warm. Een rotsblok wordt mijn zitplaats en net als ik zit en beide schoenen los heb, is daar Marieke. Ik ga er zo vlot mogelijk achter aan, voor zover mijn lijf het toestaat. We missen elkaar en vinden elkaar dan. We vallen elkaar huilend in de armen. Het leed van een dag lang, misschien een half jaar lang, ontlaadt zich. We hebben het beide gehaald.

(naschrift: Evert wist uiteindelijk na 12 1/2 uur (!) de finishlijn te passeren. En ik kreeg in de afdaling nog een klapband. Het hoort er dit jaar allemaal bij)

Tags

zitvlees