Volg ons op Facebook Twitter Google+ Strava

Tips voor fietsen in de bergen

Zelf vind ik fietsen in de bergen het mooiste wat er is: een eenzaam gevecht tussen fietser en zwaartekracht, waarbij je veelvuldig wordt getrakteerd op prachtige vergezichten en uiteindelijk natuurlijk de welverdiende afdaling. Toch is het zaak om je goed voor te bereiden als je gaat klimmen.  Ik maakte ooit de fout te veronderstellen dat ik met mijn vlakkelands-verzet zo elke berg op zou klimmen. Al gauw kwam ik erachter dat een berg toch wel wat anders was dan een brug of viaduct en moest ik op zoek naar het "Steile-wandverzet", zoals een collega van mij dat zo mooi noemde.

Ik krijg, of hoor, vaak de vraag: "met welke versnellingen moet ik die-en-die tocht rijden" of  "Ik heb nu een 42-25 als kleinste, kom ik daar die berg mee op?" Deze vraag is lastig te beantwoorden, omdat dit vooral afhangt van de snelheid waarmee je klimt, en dat weet je (nog) niet.

Over het algemeen wordt een cadans van 60-70 omwentelingen per minuut als meest effectief ervaren door klimmers. Je hartslag ligt vaak net onder je omslagpunt, maar op langere tochten, zoals La Marmotte, hou je dat niet vol. In 2004 beklom ik de slotklim van La Marmotte, de Alpe d'Huez, nog net in D1. Dat je dan ook minder vermogen levert, is logisch en dus iets om rekening mee te houden als je een verzet kiest.

Als je weet hoeveel vermogen je levert rond je omslagpunt, kun je redelijk inschatten wat je klimsnelheid zal zijn en dus hoe lang je over een bepaalde berg doet. En als je je klimsnelheid weet, kun je uitrekenen welk verzet je minimaal zal moeten hebben. Wil je op zeker spelen, kies dan een verzet van minimaal 34 tandjes voor en 27 achter, dan kom je zeker boven. Onderstaand enkele rekenmodelletjes voor het berekenen van je klimsnelheid en het verzet wat je nodig hebt.

Hoe snel ben je boven?

Tijdens fietsen heb je te maken met 3 Weerstanden: rolweerstand, luchtweerstand en hellingsweerstand. Omdat je langzaam fietst tijdens het klimmen, is vooral de de hellingsweerstand van invloed op je klimsnelheid. In onderstaande tabbel kun je het gewicht van jezelf + je fiets invullen, en het vermogen wat je levert als je klimt. Als je dan de gegevens invult van de berg die je op wilt fietsen, krijg je een inschatting van hoe snel je, theoretisch althans, boven kunt zijn. Hou er wel rekening mee dat je na verloop van tijd vermoeid zult raken en je dus minder vermogen kunt leveren.

Gegevens van de renner:
Gewicht in kilogrammen (renner  + fiets), bijv. "95"
Vermogen in watts waarmee je klimt, bijv. 300

Gegevens van het parcours:
Lengte van het parcours in km, bijv. "14,2" Hellingspercentage:
Hoogteverschil in meters, bijv. "1000"
 
Berekening geschatte tijd (in minuten):  
Fietssnelheid gemiddeld (km/u):

 

Als het vermogen waarmee je klimt niet weet, dan kun je die nauwkeurig bepalen aan de hand van de tijd die je ooit hebt gereden op één bepaalde berg, bijvoorbeeld de Alpe d'Huez of de Mont Ventoux. Met deze tijd kun je ook een goede inschatting maken van de tijd op een volgende klim, zoals in het schema hierboven, of zelfs tijdens een hele (berg)cyclo:

Gegevens van de renner:
Gewicht in kilogrammen (renner  + fiets), bijv. "95"  

Gegevens van het parcours:
Lengte van het parcours in km, bijv. "14,2" Hellingspercentage:
Hoogteverschil in meters, bijv. "1000"
Gereden tijd in minuten, bijv "145"
 
Geschat gemiddeld vermogen tijdens de klim:  
 

 

Met welk verzet de bergen in?

Nu je de rijsnelheid hebt berekend, kun je ongeveer bepalen welk verzet je minimaal mee moet nemen. Ga bij je keuze van het verzet altijd van het ergste uit: hou er wel rekening mee dat onderweg stukken van bijvoorbeeld 14% tegen kunt komen, én dat je vermoeid raakt. Vul in de tabel hierboven dus ook eens een lengte van 1 kilometer en een hoogteverschil van 140 meter in.

Fietssnelheid in km/ u (neem waarde over van boven)  
Wielomtrek (standaard racefietsband = 2.096 mm)  
 
Tandwiel
vóór
Tandwielen
achter
Cadans

 

Tips voor fietsen in de bergen

Als je voor het eerst 'echt' de bergen in gaat te fietsen, zul je, net als ik, merken dat bergen toch echt anders zijn dan viaducten en bruggen. Uiteraard maak je niet dezelfde fout als ik, en monteer je het juiste verzet op je fiets. Vergeet niet dat er na een klim ook (meestal) een afdaling volgt en dat dus je remmen in orde moeten zijn. Tijdens die afdaling, zeker van een wat grotere hoogte, kan het erg koud zijn: door een windbreker of een regenjasje aan te trekken, bescherm je je lichaam tegen de ergste kou.

De klim

Kies het juiste verzet voordat je de klim begint. Dat klinkt stom, maar velen draaien de eerste honderden meters met een te zwaar verzet, en moeten daar later voor boeten. Je kan altijd later een tandje bijschakelen. Laat je hartslag rustig stijgen tot net onder je omslagpunt en probeer te voorkomen dat je daar, langdurig, overheen gaat. Je ademhaling is rustig en geconcentreerd. Drink als de weg dat toelaat, bijvoorbeeld in een wat vlakkere bocht.

De afdaling

Door het klimmen zweet je, en daardoor koel je ontzettend snel af tijdens de afdaling. een (regen)jasje of windbreker helpt dit enigszins voorkomen. Kies een verzet dat je nog net kunt meetrappen: jij hebt controle over de fiets, en niet andersom. Haal voor de bocht de snelheid eruit: beter iets te langzaam, dan later moeten corrigeren. Het spreekt voor zich dat je in een bocht het binnenste pedaal omhoog haalt, omdat je anders de grond raakt? Wen je aan om het buitenste pedaal naar buiten / onderen te duwen. Als het kan, kan je halverwege de bocht weer beginnen te trappen. Oh ja, dalen doe je onderin de beugels. Zo hou je niet alleen je zwaartepunt laag, maar heb je meer controle over stuur en remmen.