Volg ons op Facebook Twitter Google+ Strava

Marmotton, 162.5 kilometer, 7 uur 33 minuten

Door Johan Veninga, 10 jaar geleden

Ik ontdekte gisteren een handicap. In mijn zadel zit namelijk al een tijdje (?) een scheurtje. Ik had me al wel afgevraagd hoe het kon, maar soms gebeurt dat. Tot gisteren het kwartje viel en ik eens ónder het zadel keek. Er zat een scheur over de hele breedte in het plastic, met als resultaat dat het zadel tot bijna de brug kon zakken. Ik vond hem al zo comfortabel zitten... De lokale fietsenmaker blijkt niet over fatsoenlijke vervangers te beschikken en dus moet de oplossing komen uit een kapotte binnenband en ductape. Misschien niet de meest chique oplossing, wél praktisch en daar gaat het nu even om. Ik wilde namelijk vandaag de Marmotton gaan fietsen en dan is een beetje een zadel wel aardig meegenomen.

Het ochtendritueel bestond dus weer uit vroeg opstaan en eten. Veel eten. Ik vertrek uiteindelijk om 10 voor 9. 14 graden, een zacht briesje, een heerlijke fietsdag.

Mijn benen voelen direct al een stuk beter dan tijdens mijn eerste poging. Rustig laat ik mijn hartslag stijgen tot D1 en peddel over de drukke weg naar Allemont. Ik stop voor een plas en vervolg dan mijn weg. Alles 'doucement' op dit stuk. Het stuwmeer-klimmetje voel ik in mijn benen, maar ook niet meer dan dat. Hartslag 167, prima. Over het tussenstuk naar de start van de klim, waar ik afklok op 34 minuut 27. Ik zucht 2x, schakel terug en begin dan aan de klim.

Het

Op het middenblad
gaat serieus beter. Ik moet nog steeds terug naar een steile-wand-verzet, maar het gaat gewoon beter. Sneller ook. Ik ben zomaar in Articol en het stuk naar Le Rivier is wel lang, maar ook daar ben ik zomaar. Ik eet wat, drink wat en bereid me dan voor op het lastige stuk, over het defilé de nogwat. Die is wel zwaar en gaat voor mijn gevoel niet sneller dan de vorige keer. Op de haarspelden erna, moet ik zelfs terug naar het allerkleinste verzet. Zou mijn opleving van tijdelijke aard zijn geweest? Bij het enige bordje langs de route waar een afstand op staat, begin ik te rekenen. 2:25 haal ik makkelijk en ook de tijd van Marieke van gisteren moet te doen zijn. Na het stuwmeer laat ik het versnellingsapparaat op het middenblad staan. Voor de moraal én voor de fotograaf. Ik begin zelfs weer in te lopen op de Liquigaz-renner die me zojuist inhaalde. Even doorzetten op het steile stuk voor de col, ik ga linksaf en klok af: 2:02. 23 minuten sneller dan dinsdag. Yes, ik kan het nog! Achter een busje sms ik het resultaat, eet wat en met een windbrekertje aan, begin ik aan de afdaling. 

Wat een rottige afdaling, zeg. De weg is gerepareerd, de scheuren gevuld met van dat zwarte spul. En als (ex-)motorrrijder weet ik dat die dingen glad zijn. In de slechtste afdaling ooit, mijnerzijds, ga ik naar beneden en kom een klein half uur later uit in Saint-Etienne-de-Cuines, een plaatsje dat een dappere poging heeft gedaan om drempels te leggen. Onderweg naar het volgende dorpje verhuist net op tijd het windbrekertje naar de achterzak, want het kleine klimmetje is steil en warm. Pff, dit wordt wat straks, op de Galibier. Met een rugwindje ga ik naar St.Jean-de-Maurienne, behoedzaam overstekend op de treinrails en dan ben ik waar de 'echte' Marmotte de route oppakt. En dat begint met een klim, en een lange ook. Mijn snelheid zakt terug naar de 20 per uur, de rugwind maakt het warm en tot overmaat van ramp word ik voorbij gereden door 2 renners die ik niet kan bijhouden. Mijn tweede bidon is bijna leeg, tijd om straks bij te vullen en een mooi excuus voor een korte pauze. Niemand verplicht mij tenslotte om vandaag hard te fietsen.  Een (heel) ruim uur na de Glandon, ben ik in Saint-Michel-de-Maurienne, waar ik een bakker overval voor anderhalve liter vers water en een blikje cola. De jonge winkelbediende lijkt zelfs onder de indruk en wenst me verlegen lachend 'courage' als ik de emballage terug breng. Verderop doe ik een plas bij de openbare toilletten en dan, op het tweede bruggetje klok ik af voor de tweede klim van vandaag: de Télégraphe.

De Télégraphe heeft een nieuwigheidje in de vorm van kilometerpaaltjes met hoogte-aanduiding én de percentages. Dat helpt! Ik trap rustig de kilometers onder me door en als ik het zwaar krijg, blijkt dat nauwverwant met het percentage van de weg. Het blijft een rotklim. Na bijna 55 minuten ben ik boven en sms mijn voortgang maar weer eens door naar het thuisfront. Mijn sms met 'donkere wolken boven de Galibier' wordt subiet beantwoord met 'lekker warm bij het zwembad'. Grmph (vrij naar Goofy), opgeslagen. De afdaling naar Valloire is te kort om echt te herstellen. In het dorpje eet ik een Fruitkick en begin dan aan de klim naar het letterlijke hoogtepunt van vandaag, de Galibier.

Het

Col Fermé
eerste stuk, tot aan het volgende dorpje, is vies lang en zwaar. 10%, zie ik regelmatig verschijnen. Na het dorpje wordt de weg wat vlakker en kan ik op het middenblad versnellen. Daarna is het wel gebeurd met de pret, want voor mij ligt er alleen nog maar een weg omhoog. Dan valt mijn oog op een bordje. 'Col fermé, tunnel ouvert'. Nondedinges, de col is dicht! Terwijl in Saint-Michel zeker stond dat de col open was. Is. Najah, misschien kan ik er wel overheen en anders pak ik gewoon illegaal de tunnel. Ik vervolg mijn weg.

Een hongerig gevoel. Ik voel eens in mijn achterzakje. Alleen nog een Evergreen, hm. Ik pak het koekje, maar deze zijn echt te droog om zo, al fietsend op te eten. Hij was ook bedoeld voor als ik boven op de Galibier zou zijn en gelukzalig wat voeding kon nemen voor de afdaling. Ik moet nu eten, want anders is het geen hongerig gevoel meer, maar hongerklop. Ik combineer het stopmomentje en stop mijn Oakley veilig in mijn achterzakje. Qua zon kan ik hem wel gebruiken, maar de hoeveelheid zweet in mijn ogen begint nu wel te irriteren. 5 minuten later fiets ik weer en na de bocht is daar Plan Lachat. 

8%

Afzien op de laatste meters
geeft het bordje optimistisch aan. Ik weet beter. Langzaam kruip ik het eerste gedeelte van de haarspeld omhoog. Tot aan die geitenkaasboer is het zwaar, weet ik. En daar ben ik nog lang niet. Een bocht, een kort stukje, weer een bocht, dan vreemde bruggetje en dan rechtsom. In de verte het huisje wat ik bedoel, links naast mij in de diepte Plan Lachat. Hard gaat het zeker niet meer, ik kan me niet herinneren het afgelopen half uur snelheden van boven de 10 per uur te hebben gezien. Toch ga ik zeker niet zo dood als tijdens de laatste Marmotte. Wel begint mijn rug nu echt pijn te doen. Als ik de geitenkaasboer heb gehad en even verderop linksom langs de berg mag, moet ik stoppen. Niet omdat ik niet meer kan, maar wel om mijn rug te ontlasten. Nog 4 kilometer.

Het is even wat minder steil. Ik klim afwisselend zittend en staand. Naast mij worden de hopen sneeuw steeds hoger. En dus wordt het kouder. Dat is nu wel lekker, na al het gezweet. Even word ik enthousiast aangemoedigd vanuit een auto. Ik schrik op uit mijn concentratie. Ik kijk eens om me heen. Niemand. Ik ben de enige klimmer vandaag, lijkt het wel. Het laatste stuk tot aan het begin van de tunnel. Als het kan wil ik erover. De waarschuwingen op het hek zijn echter overduidelijk: avalanches en een fout getekend mannetje die eronder wordt bedolven. Het is het me niet waard voor die laatste 800 meter en ik sluit aan bij het stoplicht voor de tunnel. Het mag niet, ik doe het toch. Wie gaat me tegenhouden? 20 seconden later ben ik aan de andere kant en knijp in de remmen. 2 uur en 40 minuten ongeveer, over de Télégraphe-Galibier. Inclusief een aantal stops, niet eens heel slecht. Ik sms Marieke nog maar een keer, poets mijn Oakley op en probeer me te ontdoen van een aantal praatgrage Nederlandse renners. Ze blijken op de dezelfde camping te staan en willen nog verder omhoog. Met een windbrekertje aan, ga ik de afdaling in.

Ik rij rustig. Het is druk aan deze kant en ik vind het wel prima zo. Na de Lautaret is het even iets warmer, gelukkig en hoe verder ik afdaal, hoe aangenamer het wordt. Ik moet wel echt bijtrappen, want er staat hier een stevig windje. Het geeft niet, zo hou ik mijn benen warm. Na de tweede tunnel voel ik plots wat druppels. Zweet kan het niet meer zijn. Ik kijk eens omhoog, donkere wolken die hun lading graag kwijt willen. Ik stuur tunnel 3 in en in de 20 meter tussen tunnel 3 en 4 voel ik plots meer regen. Zou het? Ja, hoor: als ik tunnel 4 uitfiets, regent het hard. Het water striemt mijn onderarmen. Het ruikt lekker, maar ik heb het vermoeden dat de weg weleens spekglad kan zijn. Ik fiets wat rustiger door de bochten. Na 5 minuten is het weer droog. Bij het stuwmeer begin ik aan de eerste van de 2 korte klimmetjes. 

Ik heb het eindelijk weer warm en de windbreker verhuist weer naar de achterzak. Nog één lange klim, weet ik. Na Le Freney. In mijn herinneringen is die lang en zwaar, maar vandaag valt het me mee. Nog een kort stukje afdaling, met 60 door de tunnel, scherp links, scherp rechts en dan ben ik in de vallei van de Oissans. Rustig laat ik mijn benen de resterende kilometers het zuur uit de spieren fietsen en met iets meer dan 7 1/2 uur op de klok, stort ik bij mijn kampeerplaats ter aarde. Marieke helpt me er met een volle bidon en een flesje cola weer bovenop. 

Ik ben tevreden over de rit van vandaag. Het ging makkelijker dan verwacht, waarbij ik de zwaarte natuurlijk niets tekort wil doen. Op de Galibier had ik wat te weinig eten bij me, een leermomentje. En mijn rug was/is vervelend, hopelijk herstelt zich dat nog wat meer de komende weken. Een prima training voor de Marmotte en een prima afsluiter voor deze vakantie.

Tags

zitvlees